Een mislukt broedsel is frustrerend, maar bijna altijd te verklaren. Hier zijn de meest voorkomende oorzaken en de controles die je de volgende keer moet doen.

1. Onbevruchte eieren

Zonder actieve haan of met een slechte verhouding haan/hennen zijn veel eieren helder. Schouwen op dag 7 bevestigt dit: er zijn geen bloedvaten te zien.

2. Een verkeerd ingestelde temperatuur

Te warm en het broeden versnelt en de embryo's sterven; te koud en het sleept aan en mislukt. Mik op 37,5 °C en controleer de broedmachine met een betrouwbare thermometer.

3. Een verkeerde luchtvochtigheid

Te vochtig en de luchtkamer blijft klein en het kuiken verdrinkt; te droog en het kleeft aan het vlies vast. Volg de groei van de luchtkamer bij het schouwen.

4. Te weinig keren

Zonder regelmatig keren tot dag 18 kleeft het embryo aan de schaal. Keer minstens 2 keer per dag, het liefst 3 keer, of gebruik een automatische keerinrichting.

5. Slecht bewaarde eieren voor het broeden

Eieren die te oud zijn (meer dan 7 tot 10 dagen), warm bewaard of niet gekeerd, verliezen hun uitkomstkans. Bewaar ze met de punt naar beneden bij 12 tot 15 °C.

6. Onvoldoende ventilatie

Het embryo heeft zuurstof nodig. Gesloten ventilatiedoppen of een benauwde ruimte kunnen sterfte veroorzaken laat in het broedproces.

7. Een verstoorde lockdown

De broedmachine openen na dag 18 laat de luchtvochtigheid dalen en kan het kuiken tegen het vlies aan plakken. Beperk het openen tot het strikt noodzakelijke.

Diagnose stellen met schouwen

Schouwen is je beste diagnosemiddel. Een helder ei op dag 7 betekent een bevruchtingsprobleem. Een bloedring wijst op vroege embryosterfte, vaak gelinkt aan de temperatuur of aan slecht bewaarde eieren. Een embryo dat zich ontwikkelt en dan laat in het broedproces stopt, wijst eerder op luchtvochtigheid, ventilatie of keren.

Wat te doen na een mislukt broedsel

Open de niet uitgekomen eieren, uit de buurt van je woonruimte want ze kunnen gaan ruiken, om te zien in welk stadium de ontwikkeling is gestopt: dat vertelt je welke periode je moet corrigeren. Kalibreer daarna je apparatuur opnieuw, bekijk je eierbewaring nog eens en noteer alles zodat je kunt vergelijken met het volgende broedsel. Een mislukking die je analyseert, leert je meer dan een onverklaard succes.